16 Jan, 23:04

De afgedrukte foto’s van de eerste weken en maanden van Jaspers leven zitten in verschillende mapjes, die rondslingeren op zolder. Het grootste, onafgedrukte deel is verstopt in de krochten van onze PC, die ook op zolder staat. Niet georganiseerd, nauwelijks vindbaar, alles door elkaar. Ik denk dat er zelfs op de camera nog wat oude foto’s staan, die op een of andere manier zelfs de PC of laptop niet gehaald hebben.
Ik heb geen flauw idee wat mijn buikomvang was toen ik 22 of 37 weken zwanger was van Jasper. Nooit heb ik bijgehouden hoe ik me voelde, wat mijn zorgen en vreugdes waren en wanneer ik hem voor het eerste voelde bewegen in mijn buik. Niets. Geen buikfoto’s met weeknummers erbij, geen gipsen buik, geen bellypaint, nada.
Na zijn geboorte werd het niets beter. Ooit heb ik eens op een bonnetje geschreven wanneer zijn eerste tandje doorkwam en in mijn agenda van 2007 staan soms onleesbare krabbels die iets moeten zeggen over zijn ontwikkeling. Zoals ‘vandaag rolde hij om (bijna)’ ofzo. Ik heb geen haarlokje afgeknipt, geen voetafdrukjes gemaakt en ik zou niet weten wanneer hij wat voor het eerst deed.
Maar het kan nog erger. Want deze zwangerschap moet ik mijn best doen om te bedenken hoe lang ik precies zwanger ben waar ik dat bij Jasper nog exact wist op te lepelen. En shame on us, we hebben nog niet eens een begin van een begin gemaakt met iets van een babykamer. Ik kan me er ook niet toe zetten. Een week of zes geleden ben ik 14 minuten in de Prenatal geweest, tussen twee dingen door, en daar heb ik haastig, door schuldgevoelens jegens mijn baby gedwongen, een babypakje gekocht. Niet eens echt heel mooi, maar het was in ieder geval iets en het was eco, dat was wel fijn. Een aantal keren per dag herinner in mij weer dat ik zwanger ben (oh ja!), dan aai ik sussend over mijn buik, maar ben binnen een minuut ook weer afgeleid door iets anders.
Ik koop onnadenkend kaasjes die ik niet mag eten (oh ja!). Eet heerlijk gerookte zalm mee, uit verpakkingen waarin (oh ja!) de listeriabacterie weelderig tiert. Ik neem stelselmatig gloepend hete baden en bedenk me als het afkoelt dat het (oh ja!) eigenlijk niet goed is, zo’n heet bad. Het ergste was nog wel dat ik laatst met M. uit eten ging en een glas wijn bestelde. M. corrigeerde de bestelling tegenover de ober door te melden dat ik geen wijn maar een glas verse jus wilde en voor hem een glas droge witte, alstublieft. Toen de ober zijn hielen had gelicht stond ik schrap voor een flinke preek, met iets als wie denk je wel dat je bent dat je zomaar even mijn bestelling wijzigt, waarom moet ik nou alweer de BOB zijn, dat ben ik verdorie al maanden, jemig wat kun jij betuttelend doen. Ik opende mijn mond, wilde vol vuur van wal steken, maar M. stak zijn hand op en zei: ‘Schat, je bent zwanger’. Oh ja.
Het is echt niet dat ik niet van Jasper of van de baby houd. Meer dan van alles of iedereen, echt waar. Maar mooie albums inplakken en voorzien van teksten, leuke dingen bijhouden, schattige foto’s inlijsten, buiken opmeten, zoete verjaarsfeestkaartjes maken, designkinderkamers op tijd inrichten en met aandacht zwangeren, het zit er niet in. Ik geef het toe. Ik ben gewoon geen bewuste geen knip- en plakmoeder.
1 Dec, 23:08

Ergens in begin september, aan het begin van de nacht, in een hotel in de buurt van Nijmegen, na een fantastisch concert van Coldplay. Ik roerde met een bepaald staafje door een bepaald soort vloeistof en dat had een magisch resultaat: ik bleek zwanger! In verwachting, drachtig, bevrucht, hoe je het ook noemen wilt: in mei 2010 komt er een tweede kind in ons gezin. Viva la vida in mijn buik.
Ik had kunnen weten dat Nummer Twee zich aandiende, want ik had M. die dag ervoor drie keer in een half uur gevraagd of hij koffie wilde. Hij weigerde drie keer (hij is erg consequent van aard), maar ik heb ‘m heel charmant drie keer koffie voor zijn neus gezet. Zijn verbouwereerde gezicht had bij mij op z’n minst een belletje moeten doen rinkelen, maar nee. Niks dan leegte. Mijn hersenpan stond al duidelijk weer op standje zwanger. Daar kwam nog bij dat ik de koffie zelf niet lustte. Terwijl ik normaal een DE-fan van het eerste uur ben (geen Senseo natuurlijk, Echte Koffie). Hoeveel hints wil je hebben?!
De dagen en weken daarna voelde ik de hormonen mijn leven overnemen. Als een stelletje buitenaardse wezens dringen ze zich op, nestelen ze zich in je systeem en gaan ze regeren. Niks geen democratie, gewoon een ouderwetse, gewelddadige coup. Met bloed enzo.
Ik heb daardoor, net als de vorige keer, hele vreemde neigingen tijdens het zwanger zijn. Zo heb ik bijvoorbeeld moeite met het opnemen van de telefoon en met het bellen met vreemden (ja, echt). Normaal gesproken heb ik daar geen last van, maar vanaf het kleinste beetje drachtigheid komt er een sociofobisch trekje in me naar boven. Als je er ooit van gehoord hebt, of je hebt het zelf ook gehad, meld het me dan even want ik zou het fijn vinden als iemand ook zulke gedragsgestoorde momenten heeft. En mocht je me dus willen bereiken: nu weet je waarom ik niét opneem, weifelend en hartklopperig klink als ik wél opneem en waarom M. mijn receptionist is als hij thuis is. Spreek je hem ook nog es. Hij verbindt je wel door met Diva Dunning, het gaat namelijk echt om het opnemen. Het converseren zelf gaat me als vanouds donders goed af.
Nog zo’n bijzondere klacht is het niet willen autorijden. En ook dit fenomeen begint zodra er zich een piepklein rijstkorreltje door mijn eileider zwerft. Nog vóór het innestelen zit ik al ongemakkelijk achter het stuur. Nu las ik laatst dat vrouwen die last hebben van (lichte) PMS in de week vóór de gevreesde dagen van de maand vaker brokken maken. Ze veroorzaken meer aanrijdingen en schade, belanden vaker in het ziekenhuis en plegen meer moorden (!) in die week (Heren, doe uw voordeel met deze info, let op, kijk uit, wellicht zijn uw angstige voorgevoelens terecht). Misschien dat mijn antipathie tegen verkeer en vervoer gebaseerd is op zo’n soort fenomeen. Tenslotte kun je een zwangerschap best vergelijken met negen maanden PMS. Een bevalling is eigenlijk ook gewoon héél erg extreem ongesteld worden, toch?
Hoe dan ook, het lijkt mij eigenlijk ook heel veel te maken hebben met huiselijk zijn. Alles gericht op je gezin, je huis, je nieuwe baby, elkaar. Geen indringers (per telefoon), geen reizen, ‘home sweet home’ of je in een straal van vijf kilometer daarom heen bevinden is de boodschap. Nu moet je niet denken dat je dan negen maanden zit weg te teren in je rijtjeshuis en bij de buurtvrouw op de bank, dat valt wel mee hoor. Door de hormonen ben je veel tijd kwijt met slapen, met huilen en met verstrooide fouten herstellen.
Als je bijvoorbeeld van de buurtsuper komt (lekker dichtbij), eraan denkt dat je daar gekochte spullen ook mee moet nemen naar huis en ze aldaar uitpakt, dan komt het wel eens voor je dat je bevroren spinazie in de gangkast legt, olijfolie in de badkamer tussen de shampoo zet en koffiefilters terugvind in de koelkast. Zodra je dat in de gaten hebt, moet je het hele huis door, op zoek naar levensmiddelen. Daarnaast dreig je door slecht gekozen en deels vermiste boodschappen de meest onsmakelijke combinaties te maken in de keuken. Als de boel al niet ontploft omdat je het wegens chemische reactie eigenlijk niet bij elkaar op één bord kunt leggen, kun je het in ieder geval nog weggooien en de Chinees bellen. Dat kost ook allemaal tijd, hoor.
Te meer omdat je waarschijnlijk ook hevig ontroerd raakt van de manier waarop de Chinees met de bestelling omgaat. Zodra de hormonen regeren is een goed getimed ‘sambal bij?’ reden genoeg om snotterend en overlopend van een dwingend soort liefde een aanwezig klein Chineesje een zalig thuis te bieden. Of ze wil of niet. En dan moet je dus ook nog de weg naar huis vinden, met je onthechtte Chineesje en een portie babi pangang terwijl je je, misselijk van die typische afhaalstank in je gedeukte auto, ineens herinnert dat M. eigenlijk foejonghaaaaai wou. En dat nog vijf keer gesmst heeft, terwijl jij blind van emotie en misplaatst idealisme dat kind van haar moeder losrukte.
Ja, de dagen vullen zich vanzelf. Er vallen gaten in het brein, botten verweken, de buik groeit, de tranen vloeien en de rimpels vouwen versneld in je gezicht omdat al je celvernieuwende krachten zich richten op het leuke nieuwe projectje in je baarmoeder. Maar toen wij begin september in die hotelkamer in Nijmegen na dat Viva la Vida concert, bij elkaar op het bed zaten met dat staafje in de hand en elkaar aankeken, toen waren we niets anders dan heel oprecht blij, gelukkig en dankbaar. Dat dan weer wel.
23 Aug 2009, 13:26

Mijn moeder heeft, na jaren van verhitte innerlijke dialogen, toegegeven aan haar duistere kant: ze nam een abonnement op de Libelle. Dat is bewonderenswaardig. Het is tenslotte geen sinecure om wekelijks geconfronteerd te worden de suffe theemuts die diep in je verstopt zit. En die theemuts dan ook nog elke week openlijk te laven aan de oorsprong, de bron der mutsen in haar hoogste vorm en wijsheid, de Libelle herself. Daar past slechts respect.
Vanochtend haalde ik Jasper op, hij had een nacht bij opa en oma geslapen. Terwijl we het succes van het logeerpartijtje bespraken bladerde ik semigeïnteresseerd door het gevreesde weekblad. Ikzelf ben nog niet zover als mijn moeder, ik vecht nog dagelijks met mijn innerlijke muffigheid. Daardoor kon ik alleen door die gevaarlijke Libelle bladeren met een houding die van tikkeltje arrogantie, een snufje betweterigheid en sprankje wereldwijsheid uitstraalde. Mijn ego liet het bladeren alleen toe als ik me gedroeg alsof ik naar iets minderwaardigs keek, alsof ik iets deed wat heel fout is. Wat het natuurlijk ook is.
Mijn oog viel op een foto van een eigentijds (!) uitziende moeder en haar zoontje. Die moeder schreef een brief aan haar kind. Wat een sentimentele toestand, riep mijn ego, totdat ik zag dat er ‘Lieve Jasper’ boven stond. Een moeder die haar kind Jasper heeft genoemd kon natuurlijk geen suffe tut zijn, dus mijn verwarde ego stond mij toe de brief te lezen.
En daar ging ik. Want de moeder van Jasper beschreef dat zij een heerlijk kind heeft. Een ondernemend, vrolijk mannetje. Houdt van Dora op tv. Een ventje dat graag voetbal speelt en rondrent. Eén en al levenslust. Als je het leest kun je het bijna ruiken en horen, een kraaiend jongetje dat vol plezier over een pasgemaaid grasveld rent, dat naar je toekomt en je benen vastpakt, zo’n blond kruintje met die typische kindergeur in zijn haar.
Vervolgens vertelde ze dat Jasper ziek is. Hij had al vroeg een taalachterstand, maar daar maakten zij zich in eerste instantie niet zo druk om. Toen hij drie werd, kreeg hij epilepsieaanvallen. Sindsdien ondergingen ze onderzoek na onderzoek. Inmiddels is Jasper vier jaar en weten ze dat hij Batten Disease heeft. Dat houdt in dat hij langzaam verlamd raakt, blind wordt, op den duur alleen nog maar via een slangetje kan eten, dement zal worden. Een kasplant. Voor zijn twaalfde is hij dood. ‘De manier waarop je zal sterven is walgelijk’, schreef ze.
De moeder vertelde dat ze verwoest wordt door verdriet maar tegelijk ook vastberaden is om te doen wat ze kan voor haar kind. Ze vertelde ook dat ze probeert te genieten. Dat ze soms, als Jasper haar knuffelt met zijn gezichtje in haar hals, zomaar voelt dat haar wangen nat worden.

Ik sloeg de Libelle dicht en stond zelf ook te janken. Mijn ego was halverwege het verhaal verdwenen, wat overbleef was een wiebelig hart. Ik voelde me erg dankbaar en gelukkig met een gezonde Jasper en had tegelijk ook die intense, diepe angst voor wat er allemaal met je kind kan gebeuren. Overheersend was het medeleven voor de ouders van Jasper.
Tja, en dat word je dus zomaar diep geraakt door iets wat je in de Libelle leest. Het is nu definitief, ook ik ben een van hen. Een innerlijk weekdier dat bij zo’n verhaal meteen begint te huilen. Ook ik heb een suffe muts in mij. Maar wel een muts die wat wil doen voor een goed doel. Want ik schrijf dit omdat de ziekte van Jasper niet genezen maar wel gestopt kan worden. Zijn ouders hebben daar 2,5 miljoen dollar voor nodig en werken zich elke kostbare dag keihard uit de naad om dat bedrag bij elkaar te krijgen.
Alle beetjes helpen, ik ben al naar rabobank.nl gesurfd met een randomreader in de hand: Fortis Bank Nederland rekening 81.62.88.216 ten name van Stichting Jasper Against Batten. Ik dacht, als ik dan toch een muts word, dan doe ik het ook meteen goed. Dan word ik meteen weer een beetje meer mens onder de mensen.
www.jasperagainstbatten.org
5 Jun 2009, 22:32

Ooit dacht ik: ik wil wel vijf kinderen. Of zes.
Maarrr!
Nu ben ik dus gastouder. Op maandagen pas ik op twee kindjes van 6 en 22 maanden en natuurlijk op mijn eigen vlees en bloed van bijna twee (die alvast héél goed oefent met het zeggen van ‘nee’). Sindsdien is mijn romantische verlangen naar het oermoeder zijn van maar liefst zes kinderen drastisch gewijzigd.
Ergens in maart ben ik begonnen. Ik was behoorlijk nerveus over die eerste dag, met name over de logistiek. Waar laat je kind A en B als je C naar bed brengt en wat doe je dan met slaperige C als dwingelandje B een poging doet om weerloze A waskrijt te laten eten? Ik bedoel, het is als gastouder mijn taak om die kinderen op z’n minst intact terug te geven aan hun ouders, dus waskrijt eten lijkt mij vanuit die optiek niet echt top.
Op de eerste dag werden vele nachtmerries heel erg waar. Op het dieptepunt stond ik met een krijsende, hongerige baby voor een magnetron alwaar zorgvuldig bereidde kunstvoeding stond te over te koken. Ondertussen probeerde A haar ubervieze diarreeluier zelf te verschonen, wat haar deels lukte. ‘Bah’ zei ze wijs, met haar handen in de poep en in haar haar. Mijn eigen mannetje was heel blij met het nieuw te ontdekken huis en stond derhalve gillend en met losse veters op de leuning van de bank (!) te balanceren. ‘Bebie uilen!’ riep hij twintig keer, alsof ik zelf nog niet doorhad dat de baby veel geluid maakte. (Even een vraag tussendoor: waarom herhálen kinderen van die leeftijd eigenlijk alles wat ze zeggen? Als die van mij achterin de auto een toetoe (tractor) ziet roept hij rustig ‘TOETOE’ van Groningen tot Utrecht! Net zo lang tot ik braaf ‘Ja Jasper, een tractor’ zeg. Echt, tot ie schor en hees en hondsmoe in z’n stoeltje hangt, hij gaat dóóór. Djiezus! Ik dacht dat ik diegene was met een onverzadigbare behoefte aan bevestiging!)
Ik weet niet meer hoe ik die situatie heb opgelost. Het is wonderlijk wat een mens voor elkaar kan krijgen, dat weet ik wel. Ik schakelde over op een soort crisis-stand en deed kennelijk wat ik moest doen, want ondanks dat A nog een tijdlang in haar blote billen rondliep omdat ik geen tijd had om schone kleren en luiers van boven te halen, is alles verder ‘goed’ gegaan. Aan het eind van de dag leefden ze allemaal nog. En ik ook. Min of meer.
Sindsdien heb ik flink bijgeleerd. Een flesje is nu zo klaar , Jasper B. doet nog steeds gevaarlijke dingen maar ik pluk m nu gewoon in de wandelgang van de kast af of trek het mes waar hij mee loopt subtiel uit zijn knuistjes. Hij protesteert daar niet meer tegen maar kijkt me gewoon heel verbaasd aan en hervat heel positief zijn oorlogspad. De baby C is meestal vreselijk zoet en lief en makkelijk, daar heb je eigenlijk alleen maar lol van . A is ook een dropje. Ze is inmiddels overdag zindelijk (ja, dat is vroeg inderdaad, ze is heel wonderlijk, uw kind loopt niet achter hoor). Geen passioneel gewroet in luiers meer, maar wel elk kwartier een mini-plasje op de po die met gejuich en een beloningssticker begroet moet worden, en met een afscheidsritueel (tien keer ‘dag plasje!’ roepen bij de toiletpot en natuurlijk zelf willen doortrekken) richting riool uitgezwaaid wordt. Qua arbeidsintensiviteit maakt het elkaar dus niet zoveel. But hey, inmiddels draait deze gastouder haar hand daar niet voor om.
Kijk, er blijven van die momenten waarop je adem even stokt. Bijvoorbeeld toen Jasper met die lompe peuterbewegingen de binnenkant van de babyoren wilde kleuren met een Nijntje stift. Of toen A boos werd dat ik de Teringtubbies uitdeed en zo hard gilde dat zelfs de bloemen in de vensterbank weer rechtop gingen staan. Maar ja, dan zijn er ook van die momenten dat ze de armpjes om elkaar heen slaan en daar samen heel hard om lachen. Of alledrie tegelijk slapen (praise the lord halleluja bless my soul i love life) Of als ze me heel lang willen knuffelen omdat ze me lief vinden (huh?!). Als ze elkaar wassen in het badje in de tuin in de zon. Als ze de baby overladen met speelgoed en eten en kusjes. Als ze samen naar me toe komen met een boekje en elk aan een kant van mij gaan zitten en me dan heel verwachtingsvol aankijken.

Sylvia Witteman heeft het eens mooi omschreven: ‘U kunt gerust een vers eskimootje of negertje in een biezen mandje voor mijn deur zetten (wel goed inpakken!). Ik zal daar precies dezelfde gevoelens voor hebben als voor mijn eigen nageslacht: een mengsel van wrevel en redeloze liefde’.
Vooral dat mengsel, dat heb ik ook. Gastkindjes of van mezelf, iedereen bij elkaar is een afschuwelijke maar idioot mooie bende. Voor één dag in de week. De andere vijf kinderen, daar denken we nog even over.
24 Feb 2009, 15:06

2009 is het jaar waarin ik mij één doel had gesteld: gezond worden. Nee! Niet afvallen! Gezónd worden. Ik had dat bewust positief geformuleerd. In de veronderstelling dat dat zou werken. Nou. Dus. Ik begin bij het begin.
2008 was het jaar van 10 kilo op, 10 kilo af en weer op vanwege een kapotte schildklier. Nee, echt. Zo'n ziek kliertje heeft grootse effecten op lichaam en geest. Maar inmiddels werkt ie weer perfect, dus ik moet eraan geloven. Ik wil van 76 (auw!) naar 70.
Ik werd in mijn gezondheidsvoornemen natuurlijk eerst geconfronteerd met Sonja Bakker. Sonja is immers everywhere. Maar ik heb een hekel aan Sonja Bakkeren. Ten eerste omdat het bij niemand werkt. Je ziet hordes mensen die aan het Bakkeren slaan. Ze lopen na een week of tien honger lijden in slobberige kleren met asgrauwe, chagrijnige gezichten rond. De meeste hebben er een aantal gezondheidsklachten bij gekregen en in sommige gevallen zie je zelfs relatieproblematiek ontstaan. Niet gek natuurlijk, wekenlange marteling in het Sonja-leger kan gepaard gaan met ernstige neveneffecten. Pijnlijk om te zien dat men er weer tien weken over deed om uit te komen op het oude gewicht. Met een paar kilo extra. Ik kijk het hoofdschuddend (met onderkin…) aan. Het werkt gewoon niet, mensen!
De tweede reden om Sonja links te laten liggen is dat ik geloof dat haar dieet mij ongezonder maakt. Zoetstoffen, transvetten, chemische conserveringsmiddelen, blikvoer en met hormoon behandeld vlees: allemaal rotzooi waarvan we weten dat het slecht is. Er zitten zelfs duidelijke verbanden tussen het ontstaan van kanker en deze ingesleten manier van eten. En mijn arme schildklier doet het net weer! Mag ik bedanken?
En ik heb dus nog een derde reden om de eierkoeken te laten staan en dat is Oprah Winfrey. Die zei: 'Before you start eating, you have to ask yourself what is eating you.' Oprah is mijn held, mijn goeroe. Ze kan alles zo heerlijk psycholigiseren! Nou ja, en ze heeft natuurlijk gelijk, ik eet niet wat mijn lichaam nodig heeft. Ik eet wat mijn hoofd nodig heeft. Something is eating me. Ik hou altijd wel van die onpeilbare diepte van de menselijke psyche. En ik hou van zoektochten, dus ik duik regelmatig mijn geest in (daarom duurt het soms ook zo lang voor ik terugmail en bel, mensen!). Zo ook nu: ik wil weten waarom ik eet wat ik eet. Ik wil diép gaan.

En zo (sorry voor de lange inleiding) kwam ik dus uit op Annemarie Postma (zie foto). Annemarie is lifestylecoach, eetgoeroe, ze schijnt alles van eigenwaarde en emotie-eten te weten. En zij is ook fan van Oprah. Ze heeft een boek geschreven: 'Het lichaam is perfect' . Ik heb het snel gekocht. Prachtige holistische visie op eet- en leef gewoonten. Pure en veel rauwe voeding. Een 7-weken-eetplan erbij. Met als bedoeling dat je zoveel van jezelf gaat houden dat je geen ongezonde dingen meer wilt eten. Ze schreef 'Je moet je lichaam voeden, niet vullen'. Ik voelde gewoon dat ze van me hield. Dus Annemarie en ik werden onafscheidelijk.
En nu zijn we ongeveer vijf weken verder. Ik heb de afgelopen weken ontzettend veel geleerd en veranderd. Ik eet geen vlees meer (en ik mis het niet), veel meer groenten, veel meer fruit. Ik eet kiemen, noten, zaden, omegaoliën, vrachtladingen avocado's, aubergines en speltbrood. Echt, ik heb nog nooit zoveel lekkers gegeten, het klínkt allemaal verschrikkelijk (ik bedoel: zeekraal en lijnzaad, plantenscheuten en Goji-berrys, schiet me dan maar meteen dood, dacht ik), maar het is goddelijk voedsel. En ja, mijn huid ziet er veel beter uit, mijn nagels ook, mijn haar (ook geen overbodige luxe..), ik heb veel meer energie. Mijn humeur is ook beter. Het gaat geweldig met me! Maar de weegschaal blijft staan waar ie al tijden staat: op 76. Ik eet nog steeds teveel.
En mijn eigenwaarde? Ja , nou ja. Het voelt zeker goed om hypergezond te eten. Ik vind de meeste gerechten ook echt leuk om te maken. Maar gezond eten betekent helaas niet meteen dat je meer van jezelf houdt. Belachelijk. Want dat was wel de bedoeling. Dus ik vraag mij dus nu bij elk eetmoment af waarom ik ga eten. Waarom speur ik de kasten af naar geraffineerde suikers? Waarom snak ik soms zo naar een handje ongezond? Waarom voel ik soms de urgente drang naar salami, worst, blokken kaas en andere ongezond vette meuk? Niet dat ik al die dingen in huis heb hoor. Ik behelp me op die momenten met noten en plakjes gerookte zalm en suikervrije speltspeculaasjes (Bestaan die? Ja , die bestaan! Het is ziek, gewoon ziek!). Maar toch. Waarom wil ik vullen in plaats van voeden? What's eating me?
Ik ben al een paar interessante conclusies verder. Ik eet uit verveling bijvoorbeeld. En uit eenzaamheid, zo 's avonds alleen op de bank, weet je wel? Man de deur uit, kind slaapt en hoppa, daar gaan we. Een goeie reden om mezelf beter gezelschap te gaan vinden. Want teveel noten en zalm is ook nie goed nie. Eg nie.
Nou. En het punt is dus dat die nieuwe manier van eten me eigenlijk weer aan het emotie-eten zet. Want de laatste tijd komt er dóór dat eetplan nog iets bij wat ik liever weg eet: woede. Ik denk dan aan de weegschaal en aan al die weken met pure chocolade in plaats van melk. De hel! Aan al die liters water die ik dronk en de omwegen die ik heb gefietst voor die dure en ongewone Annemarie ingrediënten. Aan al die granaatappels en bizarre vruchten die ik eerst moest vermoorden voor ik ze kon eten. Aan het moment dat ik mezelf bij de marktkraam om ongezoete biologisch gedroogde cranberry's hoorde vragen en iedereen me tegelijk (!) aankeek. En dan weer aan die weegschaal. Steevast 76. Woedend word ik ervan!
Afvalleed dus. Het is gezond, puur en rauw eten. Dat dan weer wel.
Maar het is ook puur en rauw leed.
6 Jan 2009, 00:27

Er moet mij al lang iets van het hart over Hyven.
Eigenlijk, heel erg diep van binnen, ergens verstopt en verdrongen, vind ik Hyven een klein tikkeltje niet-zo-leuk. Een beetje… dom, vind ik het. Sorry.
Dat komt zo: ik had altijd al een beetje moeite met bepaalde Hyvesdingen, maar op 1 januari ondervond ik aan den lijve hoe vreemd Hyven eigenlijk is: ik ontmoette iemand wiens blogjes ik trouw lees. Hij krabbelt mij wel e…
Even pauze. Even stil staan bij deze terminologie: krabbelen. Zeg nou zelf, een wildvreemde vent die je krábbelt, dat is toch gewoon smerig! Sterker nog, het kan je reinste aanranding zijn, een krabbel van een onbekend sujet. En wat te denken het fenomeen 'tikken uitdelen'? Wat dacht je van een ferme tik van je oom uit Klazienaveen, die ene die zijn lange, vette haren over zijn kale hoofd kamt, die ene waarvan je vermoedt dat ie heel bijzondere hobby's heeft, daar in zijn schuurtje-met-computer-en-tv? Nou? I rest my case.
Ik kwam dus iemand van Hyves in het echt tegen en dan blijk je elkaar maar weinig te melden te hebben. De kans dat ik in het echt zo oogverblindend ben dat iemand er stil van valt is heel gering, dus dat kan het niet geweest zijn (nee, echt niet). Je weet gewoon eigenlijk niet met wie je te maken hebt. Iemand kan verlegen blijken te zijn bijvoorbeeld, terwijl hij of zij op Hyves irritant aanwezig is. Of je merkt dat iemand alleen foto's plaatst die de realiteit niet bepaald scherp neerzetten. Je weet wel, die vriendin die alleen haar gezicht in beeld brengt omdat ze zo baalt van haar heerlijke maat 44 billen die eronder hangen. Of die vriend die alleen een zwart-wit foto van 15 jaar geleden laat zien. Een foto van vóór de kinderen, de scheiding en de wanhoop.
Sowieso, wat zijn Hyvesvriendjes nou eigenlijk? In mijn geval is het een samenraapsel van echte vrienden, familie, collega's en vooral veel kennissen van vroeger en van nu en oud klasgenoten. Ik heb met een paar Hyvesvriendjes gezoend maar met de meesten gelukkig niet. Ik denk dat ik door de helft uitgenodigd ben en dat ik de andere helft zelf heb uitgenodigd.
Ook een ingewikkeld proces, die Hyves uitnodigingen. Kan heel pijnlijk zijn. Eerlijk gezegd heeft het lang geduurd voordat ik iemand dúrfde uit te nodigen, ik was doodsbang dat men mij niet meer kende, niet wilde kennen, dat ik genadeloos en keihard afgewezen zou worden. Een soort Idols-auditie-gevoel, ik wist zeker dat ik sommige huiskamers besproken zou worden op een manier die Henk Jan Smits het nakijken zou geven. 'Karin? Oh, die met die neus! Wat erg, hoe heeft ze me gevonden, die ga ik echt niet accepteren hoor. Ik vond haar altijd al zo pedant! Kijk, moet je haar foto's zien, je kunt wel zien dat ze een kind heeft gekregen zeg, en nog steeds geen stijl qua kleding. Wat voor werk doet ze eigenlijk? Méén je niet! Wat suf! Haar zoontje is wel schattig, maar hij heeft wel flapoortjes, zie je dat? Gna gna.' Niets menselijks is mij vreemd, zullen we maar zeggen. Gelukkig bleek al snel dat iedereen vriendjes is met iedereen en dat het allemaal niets zegt over wat je werkelijk van elkaar vind en met elkaar hebt: het gaat om de aantallen. Hoe meer vriendjes, hoe cooler je bent. Dus, je schraapt al je vage bekenden en andere nitwits bij elkaar om er maar wat van te maken, nietwaar?
En dan heb je dus een serie vrienden. Sommigen snappen het Hyvesprincipe niet helemaal en willen dan ook in het echt met je afspreken (Nééééé. Dat is NIET de bedoeling.)En sommigen reageren nergens op en zijn zo koel dat je er onzeker van kan worden. Hyven, dat is dus wel voor geestelijk sterke mensen. En voor mensen die graag een avondje achter de laptop zitten, want alles bij elkaar kost het best wel tijd om je hyvescontacten te onderhouden, je profiel te pimpen, je albums bij te werken en te zorgvuldig te checken wie het gore lef heeft gehad om je zijn vriendenlijst te gooien. Het is ook ingewikkeld om na te gaan wie wat van elkaar kan zien en hoe je daar gebruik van maakt (Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of een tik op je pagina wel voor jou is of dat iemand via jou iemand anders wil bereiken omdat diegene hem of haar bijvoorbeeld geblokkeerd heeft omdat ze elkaars exen zijn en die ex dan jouw pagina wel kan zien, of als ze bijvoorbeeld geen vriendjes van elkaar zijn maar jij wel van hen allebei, ja écht! Het is heel ingewikkeld soms!) Om maar te zwijgen van de tijd die het kost om kettingbrieven en krabbelplaatjes (Afschuwelijk! Kappen nou!) te verwijderen.
Je zou je af kunnen vragen waarom ik dan toch op Hyves zit. Scherpe vraag. Omdat Hyven ook wel weer leuk is. Er rollen soms mooie contacten uit, er worden door het land heen veel goede blogs geschreven en het bevredigt een bepaalde … nieuwsgierigheid. Je kunt heel handig afspraken maken, je kunt a la minute de nieuwe (potentiele) minnaar van je beste vriendin begluren en voor mensen als ik is het een hele zorg minder dat verjaardagen aangekondigd worden.
Hyves heeft dus ook aantrekkingskracht. Laten we het er maar op houden dat een haat/liefde verhouding zo z'n charme heeft. Dus we Hyven nog maar even door. Met frisse (tegen)zin 2009 in. Happy Newyear, vrienden!
7 Dec 2008, 22:42

We zijn een aantal weken verder. Ik ben dertig geworden, maar de wereld is gewoon doorgegaan met draaien. Belachelijk! Ik bedoel, de wereld is ook gewoon nergens van onder de indruk hé.
Nee, maar nu even serieus. Eigenlijk gaat het wel heel erg goed nu ik zo oud ben. Een aantal dagen voor mijn verjaardag heb ik me in uiterste wanhoop gestort op het concept 'waardig oud worden'. Dat was een slimme zet. Daarvoor riep ik steeds hysterisch 'Dertig is het nieuwe twintig! Echt waar!'. Maar het heerlijk verdovende effect van die leugen raakte uitgewerkt. De realiteit (dertig is echt heel erg dertig) is hard. Aan oud worden kan ik niets doen, aan mijn waardigheid dus wel. Ik heb in een paar weken tijd geleerd dat oud worden heel louterend kan zijn. Heel bevrijdend.
Zo ontdekte ik bijvoorbeeld dat ik me tegenwoordig afvraag hoe mijn ex het zo lang met mij heeft uitgehouden. In plaats van andersom dus. Dat is een verschil hoor! En nog zoiets: ik ontdekte ook dat ik ineens heel veel volwassen omging met kritiek op mijn karakter (als je dit leest: alsof jij nooit cynisch doet zeg!). En verder merkte ik ook nog dat ik me zo rustig voel sinds ik dertig ben. Zo zen, weet je wel? Kalm enzo. Heel erg in balans. (Wakker blijven! Ik zag je wel gapen!)
Kijk, de twintigers onder ons, die maken zich echt nog druk om dingen waarvan ik inmiddels denk 'joh, hé, dat is echt zo passé!' Waar maken ze zich druk om, die broekies? Ik bedoel, er is zoveel meer in het leven dan leeftijd! Hoe ouder, hoe milder, wijzer en hoe minder je druk maakt om uiterlijk vertoon. Hoe minder je geeft om status, carrière. Het gaat om innerlijke verrijking, om persoonlijke ontwikkeling, om rust, om je medemens.
Het gaat om zuiverheid in wat je doet, om authentiek zijn, om grootse liefde ervaren, om inspiratie, om persoonlijke vrijheid, om het verspreiden van licht. Echt waar. Als je in de twintig bent gaat dat misschien allemaal nog heel moeizaam, maar echt, zodra je dertig bent: tadááááááá!
Dus. Helemaal zo gek nog niet, dertig zijn.
26 Oct 2008, 22:39

Over drie weken is het pas zover, maar ik voel het maanden aankomen.
Ik. Word. Dertig. Oh. My. God.
Dertig worden komt met een aantal opmerkelijke bijverschijnselen. Zo kan ik het niet nalaten om bij elk mooi liedje te roepen dat ik die op mijn begrafenis wil horen. Oké, dat overdrijf ik, alleen bij héle mooie liedjes en bovendien doe ik dat tot ieders ergernis altijd al. Maar toch.
Verder heb ik voor het eerst in jaren de behoefte om op mijn verjaardag stilletjes in mijn bed te blijven liggen. Diep onder de dekens, met een zaklampje, een boek, tucjes en vooral een geopende fles wijn. Ik geef de laatste tijd geen hints meer over wat ik graag zou wil hebben (niet dat dat ooit iets heeft opgeleverd, zei ze verzuurd) en ik heb een paar keer heel kwaad gekeken toen vriend M. opperde 'om er dit jaar echt een feest van te maken, want je word maar één keer … '(hij noemde het f*cking getal).
Nee, ik vin het niks, …. worden. Die gebruikelijke riedel van lichamelijk verval waar iedereen het altijd over heeft, daar heb ik niet zo'n last van. Ja, natuurlijk, alles oogt wat triester, ik kan niet meer doorzakken, niet meer uitslapen en ik krijg vast ook wel rimpeltjes, maar daar heb ik geen lást van. Dat boeit me niet zo. Tot nu toe dan. Maar het getal…, dat vind ik dus wel erg.
Mijn sportmaatje die net dertig is geworden, verwoordde het op haar feestje heel diep: ze had als kind en als puber bepaalde dromen en verwachtingen die ze op haar dertigste allemaal zou hebben waargemaakt. Het erge drama van dertig worden is dat je tot de conclusie moet komen dat je nog even ver of zelfs verder van die dromen verwijderd bent dan toen. Ik moest notabene graven naar mijn dromen van vroeger en ze heeft wel een punt, dat heeft ze heel vaak, zo is ze.
Ooit zou ik kindjes redden in Afrika, in een huis met een Pippi Langkous - veranda. Ik zou zelf zes kinderen hebben geworpen alsof het niets was en er nog twaalf adopteren. Ik zou overleggen met Nelson Mandela over het AIDS beleid, duizenden moeders en kinderen voorlichten, op mijn hurken, in hun dorp.
Ik heb nogal moeite met op mijn hurken zitten, eigenlijk. Kinderen maken en baren is niet moeilijk, maar ook niet persé iets wat ik nou even tussen neus en lippen door doe (en begin nou niet over die lippen, dat is flauw). Kinderen redden lijkt me nog steeds heel nodig en nuttig en zinvol en alles, maar de realiteit is dat ik in Portugal een heel klein poesje gered heb van de dood en eerlijk, ik vond het zo'n intense ervaring dat ik tranen met tuiten heb gehuild. Ik ben te weekhartig voor het echte werk.
En ik ben er dus gewoon nog niet klaar voor, voor dertig zijn. Ik moet nog emigreren, een buslading kinderen op zien te snorren (tips?), een studie doen naar AIDS en ik moet iets doen aan mijn hurkhouding (en dat project geef ik de minste kans van slagen). Nog drie weken te gaan. Oh. My.God.
3 Oct 2008, 22:47

'Jij schrijft echt leuke stukjes op Haaifs!' zei neef M. 'Ja hé?' zei zijn zus, nicht R. Alsof ze ingehuurd was om mijn publiciteit te doen, gaf ze nog even een toelichting: 'Goed zijn ze hé. Ze doet nu ook een cursus, iets met een p, pr…prr…..pri…pra…Wat was het ook alweer, Karin?'
Ik hou van complimenten over Haaifsstukjes. Het werkt echt motiverend. En het is een cursus proza. Verhalend proza zelfs, in Zwolle, op maandagavonden.
'Nou, díe cursus dus', zei nicht R trots. 'Proza' . Ze was even stil, richtte zich naar mij en vroeg: 'Wat is dat eigenlijk, proza?'
Nou, kijk, dat weet ik dus ook niet. Niet precies. Het is een soort van … tekst. Denk ik. Het zou prettig zijn als ik dat tegen het eind van de cursus een ongeveer zeker weet. Tot dan vul ik mijn tijd met oefenen op … tekst.
Tijdens de eerste les moesten we bewust waarnemen. En sindsdien gaat het over beschrijven, tonen, vertellen, over bijvoeglijke naamwoorden, stijlfouten en ik schreef over een asbak, over de lelijke stacaravan waar ik vroeger een keer geweest en over onweer en over koken. Heel moeilijk, heur. Ik bedoel, het moet wel proza zijn.
De komende les ga ik missen, omdat wij een paar decadente weken in Portugal zullen zijn. Toon Tellegen, Harry Mulisch en Willem Elsschot gaan mee. Ze zijn alle drie aan de orde geweest en van ouwe mannen kun je veel leren.
Na Portugal en de zonneschijn aldaar, zal ik mijn best weer doen. Mocht ik ooit authentieke pri-pra-proza produceren en dus weten wat het nou precies is, dan zet ik het op Haaifs. En dan draag ik het op aan nicht R en neef M.
5 Sep 2008, 21:12

Wij hebben dus digitale televisie. Met een kastje naast de tv waar een kaartje formaat bankpas in zit. Correctie: hóórt te zitten.
We hebben dus ook een dreumes. Met een heel onderzoekende instelling; hij zit in een fase van dingen in en uit andere dingen halen en die dingen dan verstoppen. Correctie: die dingen voorgoed onvindbaar maken.
Je raadt het al. Wij kunnen sinds ergens afgelopen week geen televisie meer kijken. Onze kabouter heeft op mysterieuze wijze de smartcard uit het kastje gepulkt. De tv kan wel aan, maar scandeert troosteloos 'voer smartcard in' op het scherm.
Wij vluchtten naar de laptop. Het was fijn om te ontdekken dat McCain, die oude militair, op YouTube óók grappig dom overkwam. En het was al helemaal prettig om te zien dat zijn running mate Sarah Palin op YouTube heel hysterisch klonk. Maar misschien klink ik ook hysterisch als ik uit Alaska kom, meedraai in een gigantische campagne met een ouwe vieze man, voor een post in het Witte Huis waar ik niet geschikt voor ben en als hobby op arme elanden schiet. Ik bedoel, dat klinkt ook helemaal niet relaxed. Hoe ongezellig.
Op de Amerikaanse verkiezingen na hebben we alles gemist. Zelfs House. Ik hou van House! House is The Man! Anyway, we hadden geen keus, wij moesten de verdwenen smartcard zoeken.
We hebben alles binnenstebuiten gekeerd, echt waar. We hebben een psychologisch profiel van een 13 maand oude, onderzoekende dreumes gemaakt. We hebben zijn ziel ontleed, zijn intrinsieke motivaties schematisch uitgezet en zijn specifieke karaktertrekken middels scoretabellen geïmplementeerd. Met al die informatie in de hand hebben wij ons ingeleefd. Niet zomaar ingeleefd, nee, wij zijn écht op Jaspers hoogte door de kamer gekropen, keer op keer. Alle hoekjes, gaatjes en uitdagende sleufjes hebben we bepoteld. Geen smartcard.
Niet tussen de cd's, niet tussen de boeken, niet onder de bank, niet in de lades van de keuken, niet tussen zijn speelgoed. Niet in de plantenpotten, niet tussen de gordijnen, nowhere to be found. De enige plek die we slechts oppervlakkig hadden bestudeerd was de vuilnisemmer. Je begrijpt wel waarom.
Een nieuwe smartcard kwam. Met 30 euro best een duur geval. We houden dat in op Jaspers zakgeld en hij heeft ook ernstige huisarrest gekregen, maar goed, het bleef best veel geld voor iets wat gewoon ergens in huis moet liggen. Dus we draaiden we wat om elkaar heen. Zeiden lafjes tegen elkaar dat we toch nog eens in de vuilnisemmer moesten zoeken. Eerst nog eens onder de bank kijken, zei vriendlief flauwtjes. Ja, doe maar, want dat ding kán gewoon niet tussen het vuilnis zitten, loog ik tegen ons allebei.
We hebben erom getost en vriendlief was de lul. Toen hij bij de bijkans beschimmelde verpakking van een kadootje van maandag aankwam gaf hij het op. Geen smartcard. Wel stank.
Vanmiddag hebben wij de nieuwe card in het kastje geprutst. Met dank aan Jasper hebben we nu twee weken lang álle kanalen op proef. Zijn echte straf zal zijn dat hij zich zelf zal moeten vermaken. Papa en mama kijken naar oom Obama. Lekker puh.